Zoeken
  • Jan van Deursen

Oude sokken



De allereerste band waar ik als tiener en puber idolaat van was… Dat was Deep Purple. Met Woman From Tokyo trokken Ian Gillan, Ritchie Blackmore, Jon Lord, Roger Glover en Ian Paice (de ‘klassieke bezetting’) me in 1973 hun universum binnen. Daarna begon de grote ontdekkingstocht langs hun eerdere lp’s én het werk dat nog zou volgen. Dat zanger Ian Gillan ook nog de rol van Jezus vertolkte in de originele plaatversie van Jesus Christ Superstar maakte hem tot mijn eigen Jezus. Het waren de jaren waarin ik foto’s van de band uit de Muziek Express en de Popfoto knipte en in mijn schoolagenda’s plakte. Ik vulde schoolschriften met wetenswaardigheden en wistjedatjes, toen al geschreven voor een groter publiek ook al bleef ik mijn enige lezer.


In de 47 jaren die volgden, vlogen mijn muzikale interessen alle kanten op en werd Deep Purple een artefact uit het verleden. De talloze wisselingen in de band kon ik niet meer bijhouden. Ik moet bekennen dat ik later nog wel eens besmuikt vertelde dat ik – oh, gekkigheid – vroeger fan was van Deep Purple. Voor die misplaatste schaamte, schaam ik me nu. Onlangs wees Spotify me op het nieuwe album Whoosh! dat inmiddels verschenen is. Vol verbazing luisterde ik ernaar. Ook al omdat het Deep Purple van nu met Gillan, Glover en Paice in de gelederen weer voor 60 procent het Deep Purple van toen is. Het oude vuur laaide op. De Google Assistent-knop op mijn nieuwe Sony-koptelefoon maakte het extra makkelijk om het oude werk weer eens door te nemen. Gewoon vragen: ‘Speel het album Fireball van Deep Purple’ en hup… daar gaat ie. Idem met Machine Head of Deep Purple In Rock. En dan komen ze simpelweg allemaal voorbij.


Ik grasduinde verder en stuitte op een groot tribute-concert voor Jon Lord, de toetsenist die in 2012 was overleden. Een uur en vijfenveertig minuten lang duurt Celebrating Jon Lord - The Rock Legend: Live At The Royal Albert Hall waarin zo’n beetje iedereen opdraaft die een rol speelde in de geschiedenis van Deep Purple (met uitzondering van meestergitarist Blackmore met wie de verhoudingen al decennialang verstoord zijn). De avond vond plaats in dezelfde Royal Albert Hall waar Deep Purple in 1969 als een van de eerste rockbands de cross-over zocht met het London Symphony Orchestra. De lp waarop het concert te vinden is, stootte klassieke-muziekliefhebbers af vanwege de jankende gitaren, terwijl de hardrockfans het snobistische gestrijk niet lustten. Commercieel gezien een ramp maar als je het nu beluistert, is het album niet alleen een curieus maar ook een heel genietbaar werkstuk. Het was geschreven door Jon Lord himself. Naast rockbeest was hij immers een klassiek geschoold musicus.


Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat ik ergens heen moet met mijn verwondering en ontroering. Deep Purple is een van de constanten in mijn leven gebleken ondanks alles wat nog zou volgen: punk, new wave, folk, indiepop, klassieke muziek of het koorzingen. Bruce Springsteen & The E-Street Band, The Smiths en The Pogues… ik noem ze al jarenlang als de drie belangrijkste bands in mijn leven. Maar wat ik als verlegen puber voor Deep Purple voelde, blijkt altijd in mijn muzikale koffer te hebben gezeten, is altijd stiekem met me meegereisd. Vaak verborgen, zoals de oude sokken die je ooit had weggestopt in dat vergeten vakje, maar van tijd tot tijd opduikend en dan begroet met een gevoel van ‘och, ja’. Zoals tijdens het enige live-concert dat ik van ze mocht meemaken, in december 2011 in het Gelredome. Die vijf kerels hebben 47 jaar geleden de basis gelegd voor de manier waarop ik nu intens van muziek kan genieten. Met Whoosh! – ik zweer het je, er zijn Bachiaanse invloeden te horen – gaan ze gewoon door met het nog leuker maken van mijn leven. Oude sokken, ik kan ze maar niet weggooien.


88 keer bekeken

© Van Deursen Teksten 2020