Zoeken
  • Jan van Deursen

Kat en hond


Daarnet was het weer zo ver. Een rode, gestreepte kat die vrolijk zijn urine in het rond sproeide in de hoek van onze tuin. Zoals we nu amper nog begrijpen dat we het ooit normaal vonden om in vergaderzaaltjes, cafés, restaurants, treinen en vliegtuigen doodleuk in een verstikkende tabaksrook te gaan zitten, zo mag ik hopen dat we het over een tijd heel vreemd vinden dat de kat gewoon in de tuin van de buren zijn gang mocht gaan. Dat besef begint in ieder geval al te dagen.

Ik beken: als hondenman ben ik gevoelig voor het thema. Wij hebben het namelijk nogal eens voor onze kiezen gekregen. Elk jaar weer dat obligate berichtje in de krant: ‘Hondenpoep nog steeds grootste ergernis’. Natuurlijk erken ik dat dat probleem er was en – deels – nog is. Over pitbulls en vechthonden, hondenbeten… tja, ook die overlast is er, helaas. Maar zoals je wegpiraten hebt die onverantwoord met hun auto of motor omgaan, zo heb je ook mensen die eigenlijk geen hond moeten hebben.

Ook waar: elk jaar staat er wel een bericht in de krant dat een hond een ree heeft gedood in het bos. Triest, mooie beestjes. Zou niet moeten. Mensen schreeuwen direct moord en brand maar wenden de blik af zodra hobbyjagers erop los knallen in de weken voor kerst. Want als het wild met een lekkere saus op het bordje komt, is de dood van een ree ineens niet meer zo erg.

Maar oké, die hondenbelasting hadden we aan onszelf te wijten. Al blijft het wel steken dat er met de opbrengst van die belasting niets zichtbaars gebeurt. In mijn gemeente althans niet. Extra bakken? Nee. Poepzakjesautomaten? Nada. Ondertussen komen kattenbezitters gewoon weg met de overlast die hún huisdieren veroorzaken. Want behalve de kadootjes die ze in onze tuinen achterlaten, pakken ze onschuldige merels en roodborstjes. Of anders wel die ene zeldzame bruine lijster die in ons land gesignaleerd wordt. Half afgekloven muizen deponeren op de drempel van de keuken… daar zijn ze ook heel goed in. Knap hoor. Of meneer trakteert de buurt, samen met een aantal rivalen, ‘s nachts op een ijselijk gekrijs als er weer een krolse poes in de buurt is. Voor de rest ligt hij de hele dag lekker eigenzinnig en onafhankelijk te wezen op krant of laptop. Omdat we van Midas Dekkers moeten vinden dat dat zijn charme is, dóen we dat nog ook.

Wat stellen verschillende delegaties van de hondenpopulatie daar allemaal tegenover, nog afgezien van die onzinnige belasting? Honden helpen blinden hun weg te vinden, beschermen veteranen met het posttraumatisch stresssyndroom, waarschuwen hun baasje dat er een epileptische aanval zit aan te komen, bieden structuur aan het leven van kinderen met autisme, vinden slachtoffers van aardbevingen onder puinhopen, sporen vermisten op, hoeden schapen, bieden hulp in de huishouding aan MS-patiënten, grijpen misdadigers bij hun lurven, signaleren drugs in koffers en containers, bewaken huizen en schrikken inbrekers af. En vrijwel alle honden brengen hun baasjes elke dag drie of vier keer in beweging waardoor ze aan hun 10.000 stappen per dag komen, hart- en vaatziekten voorkomen, hun hoofd leeg kunnen maken, ’s avonds de buurt in de gaten houden, sociale contacten opdoen en nader tot elkaar komen.

De betekenis van de hond voor onze samenleving is bepaald géén kattenpis: het dier vertegenwoordigt een enorme economische en sociaal-maatschappelijke waarde. En dus: weg met de belasting op hondenbezit. Poezenmensen: ik gun jullie het geluk van gezellig gespin bij een knapperend haardvuur, echt. Maar als het aan mij ligt, nemen jullie het belastingstokje nu eens van ons over. Voor minstens een eeuw.


3 keer bekeken

© Van Deursen Teksten 2020